René de Baaij

van Systeem naar Betekenis

Omgaan met een leider die regels buigt en mensen klein maakt 2/12

Week 2 — Benoem het patroon, niet de persoon

Dit is een wekelijkse essayreeks over macht, onderstroom en regie.
Geen diagnose, wel scherp zicht op patronen die werk en mensen beschadigen.
Kies één beweging die je vandaag al kunt zetten.

Er is een moment, ergens tussen irritatie en uitputting, waarop je denkt: nu ga ik het zeggen. Niet langer om de hete brij heen. Niet langer diplomatiek. Gewoon hardop. “Je bent onbetrouwbaar.” “Je manipuleert.” “Je hebt lak aan regels.” Soms zelfs: “Je bent een narcist.”

Het klinkt als moed. En eerlijk is eerlijk: het kan voelen als opluchting. Alsof je eindelijk benoemt wat iedereen ziet.

Maar precies op dat punt opent zich vaak een zijpad waar je niet heen wilt. De discussie verschuift. Niet meer naar wat er gebeurt, maar naar wie jij bent. Niet meer naar het effect op het werk, maar naar jouw toon. Niet meer naar de afspraak, maar naar jouw intentie. En voor je het weet sta jij niet meer voor een norm, maar voor jouw emotie.

De leider die het recht van de sterkste speelt, is zelden afhankelijk van betere argumenten. Hij is afhankelijk van een andere vaardigheid: het gesprek laten draaien om zijn arena. Daarin gelden onzichtbare regels, zoals: wie twijfelt, verliest. Wie nuanceert, is zwak. Wie kritiek geeft, heeft een probleem.

Daarom is de subtiele, krachtige beweging deze week: benoem het patroon, niet de persoon.

Patroon-taal is niet soft. Het is precies. Het zegt: dit gebeurt niet één keer, maar herhaaldelijk. Dit is niet alleen vervelend, maar ontregelend. Dit gaat niet over smaak, maar over effect. En vooral: dit raakt de opdracht.

Stel je voor dat een team maandag een besluit neemt, woensdag uitvoert, en vrijdag te horen krijgt dat het besluit “toch anders” was, omdat er tussendoor een één-op-één gesprek is geweest. Eén keer kan een misverstand zijn. Drie keer wordt het een ritme. Na zes keer wordt het cultuur: mensen gaan wachten, uitstellen, niet meer investeren. Niet omdat ze lui zijn, maar omdat ze geleerd hebben dat investeren in helderheid niet loont.

Als je dan zegt: “Jij draait altijd alles terug,” dan ontstaat een duel over woorden. Altijd? Nooit. Jij? Ik? Je verliest tijd, je verliest energie, en je verliest het draagvlak van omstanders die geen zin hebben in een persoonlijk gevecht.

Als je zegt: “We zien een terugkerend patroon waarin besluiten die in het team zijn genomen later individueel worden herzien; dat maakt uitvoering onveilig en eigenaarschap onmogelijk,” dan wordt het ineens bespreekbaar. Niet als aanval, maar als constatering. Niet als karakteroordeel, maar als systeemwaarneming.

Psychodynamisch doet dit nog iets belangrijks. Patroon-taal vermindert schaamte. Een dominante leider wordt vaak getriggerd door gezichtsverlies; een directe karakteraanval roept verdediging op: ontkennen, aanvallen, omdraaien. Patroon-taal laat minder ruimte om jou als “probleem” te framen. En het helpt anderen om aan te haken zonder dat zij partij moeten kiezen.

Probeer het eens als metronoom. Eén zin, rustig herhaald, op de momenten dat het ertoe doet. Niet om te winnen, maar om het echte onderwerp in de kamer te houden.

Neem tien minuten en schrijf jouw patroonzin op. Zo feitelijk mogelijk. Zo dat je hem hardop kunt zeggen zonder dat je stem de strijd verraadt. En vraag jezelf dan, bijna terloops: welke waarheid heb jij al te lang klein gemaakt door het ‘een stijlkwestie’ te noemen, terwijl het eigenlijk ‘een structuurkwestie’ is?

Neem mee wat klopt, laat liggen wat niet past bij jouw context.
Als dit resoneert: bespreek het niet alleen, maar in meervoud.
Welke ene stap brengt jou deze week dichter bij waardigheid en bedding?Omgaan met een leider die regels buigt en mensen klein maakt