Be who you are.

Het Binnenhof en het schouderophalen

Het Binnenhof en het schouderophalen

Gisteren liep ik langs het Binnenhof. Een vader op de fiets wees naar het gebouw en vroeg zijn kind: “Weet je wat dat is?” Het kind haalde zijn schouders op.

Eerlijk gezegd snap ik die reactie.

Dat gebouw is de plek waar morgen weer een kabinet begint. Maar als je de afgelopen jaren hebt gevolgd, voelt het niet als een nieuw begin. Eerder als een volgende poging.

In vier jaar tijd drie kabinetten.Niet omdat Nederland onbestuurbaar is. Wel omdat het leiderschap te licht bleek voor het gewicht van de besluiten.

Stikstof. Asiel. Woningnood. Klimaat.Het zijn geen abstracte dossiers. Het zijn keuzes die altijd iemand raken. Iemand teleurstellen. Iemand geld kosten. Iemand beperken.

En precies daar wringt het.

We zijn leiderschap gaan verwarren met zichtbaarheid. Met debatvaardigheid. Met het winnen van het moment. Een goed optreden in de Kamer telt zwaarder dan een goed draaiende uitvoering. Een scherp geformuleerde motie krijgt meer aandacht dan een uitvoeringsorganisatie die vastloopt.

Dat voelt misschien overdreven. Maar kijk naar de praktijk.

Plannen zijn er genoeg. Rapporten ook. Akkoorden in overvloed. Wat ontbreekt is het vermogen om besluiten te laten landen.

En daar zit de echte kloof.

Je hoort vaak: “Ze willen het niet.” Maar eerlijker is: vaak kunnen ze het niet.

Dat verschil doet ertoe.

Want onwil suggereert slechte intenties. Onvermogen wijst op iets anders: gebrek aan bestuurlijke draagkracht. Onvoldoende kennis van hoe beleid zich vertaalt naar uitvoering. Te weinig aandacht voor wat er gebeurt nadat de handtekeningen zijn gezet.

Besluiten nemen is relatief eenvoudig.Zorgen dat ze uitgevoerd worden is werk.

En werk vraagt iets wat zeldzamer is geworden: discipline. Consistentie. Rugdekking geven wanneer het schuurt. Hier ontstaat cognitieve dissonantie.

We zeggen dat we daadkracht willen.Maar we belonen vooral profilering.

We zeggen dat uitvoering centraal moet staan. Maar het politieke debat draait om beeldvorming.

We zeggen dat Nederland stabiel bestuur verdient. Maar we accepteren dat coalities bij de eerste echte spanning scheuren.

Dat wringt. En dat voelen mensen.

Je kunt het systeem de schuld geven. Te veel partijen. Te fragiele meerderheden. Permanente campagne. Daar zit waarheid in.Maar het is te makkelijk.

Systemen creëren prikkels. Mensen maken keuzes. Leiders kiezen hoe ze hun tijd besteden.

Aan debatten of aan departementen. Aan beeld of aan uitvoering.

Aan korte termijn applaus of aan lange termijn draagvlak. Die keuzes lijken klein. Maar ze stapelen zich op.

En wat zich opstapelt, wordt cultuur.

Cultuur bepaalt uiteindelijk of een besluit een persbericht blijft of werkelijkheid wordt. De prijs van doorgaan zoals het nu gaat is niet spectaculair. Het is sluipend.

Meer cynisme. Meer afstand. Meer mensen die hun schouders ophalen bij het Binnenhof.

Dat verlies is groter dan een mislukt dossier. Het is het verlies van vertrouwen dat besluiten ertoe doen.

En vertrouwen komt niet terug met grote woorden. Het komt terug met drie simpele, ongemakkelijke verschuivingen.

Drie verschuivingen die ertoe doen

Begin bij uitvoering, niet bij visie. Vraag eerst: wie gaat dit doen, met welke middelen, binnen welke termijn? Als dat niet helder is, is het plan papier.

Geef rugdekking wanneer het pijn doet. Besluiten die niemand raken bestaan niet. Wie bij de eerste tegenwind terugkrabbelt, leert zijn organisatie dat risico’s vermijden veiliger is dan verantwoordelijkheid nemen.

Meet wat er daadwerkelijk gebeurt. Niet wat er is aangekondigd. Niet wat er politiek is afgesproken. Maar wat burgers merken.

Dat klinkt bijna banaal. Maar het is precies wat ontbreekt.

Je kunt zeggen dat dit te weinig ambitieus is. Dat Nederland grote transities nodig heeft. Dat er visie moet zijn. Dat klopt.

Maar visie zonder uitvoeringskracht vergroot alleen de teleurstelling. Grote woorden maken de kloof groter als ze niet landen.

Misschien is dat de echte keuze waar dit kabinet voor staat.

Niet: hoe transformeren we Nederland in honderd dagen?

Wel: kunnen we weer laten zien dat het staatsapparaat iets kan afmaken?

Een besluit nemen. Het uitvoeren. Er eerlijk over rapporteren. En bijsturen zonder gezichtsverlies. Dat is minder spectaculair dan een historische koerswijziging.

Het is ook moeilijker.

Want het vraagt iets wat weinig zichtbaar is: bestuurlijke volwassenheid. De bereidheid om minder te scoren en meer te dragen. Minder te reageren en meer te volharden.

Het kind op de fiets weet niet wat dat gebouw is. Dat is niet het probleem.

Het probleem ontstaat als dat kind over twintig jaar nog steeds denkt dat wat daarbinnen gebeurt weinig verschil maakt.

Je kunt het cynisme blijven voeden. Of je kunt bewijzen dat besluiten betekenis hebben.

Die keuze ligt niet bij het systeem.

Die ligt bij de mensen die morgen beginnen.

En bij wat ze vervolgens daadwerkelijk doen.

René de Baaij