Dit is een wekelijkse essayreeks over macht, onderstroom en regie.
Geen diagnose, wel scherp zicht op patronen die werk en mensen beschadigen.
Lees langzaam; kies één beweging die je vandaag al kunt zetten.
Er is een valkuil die juist competente mensen treffen. Je gaat het debat winnen.
Je komt met argumenten. Met analyses. Met redelijkheid. Je gelooft, diep van binnen, dat als je het maar goed uitlegt, het kwartje valt.
Maar in een context waarin macht personaliseert, wint status zelden van logica. Dan is de spelregel: wie het hardst kan bepalen wat waar is, bepaalt wat waar is.
De uitweg is niet harder praten. De uitweg is verschuiven van inhoud naar bedding. Van improvisatie naar mandaat. Van de persoon naar de rol. Dat klinkt formeel, maar in de praktijk is het een vorm van bescherming: governance als beschaving.
Governance is het stille akkoord dat besluiten niet afhankelijk zijn van humeur. Dat rollen groter zijn dan relaties. Dat regels niet alleen gelden voor wie weinig macht heeft.
Hoe ziet dat eruit in taal? Het zijn de vragen die de structuur terugroepen. Niet beschuldigend, eerder nieuwsgierig, bijna saai.
“Wat is hier het mandaat?”
“Wie is eigenaar van dit besluit?”
“Welke criteria gebruiken we?”
“Waar leggen we dit vast?”
Als je dit goed doet, voelt het alsof je de kamer langzaam terugzet in een volwassen stand. Je haalt de elektriciteit uit het duel. Je legt een rail neer waarover het gesprek móét rijden.
Psychodynamisch is dit een breuk met het impliciete familiesysteem dat vaak ontstaat. De leider als ouder, de medewerkers als kinderen die proberen te raden wat vandaag veilig is. Mandaat-taal zet jou terug in een volwassen positie: jij bent rolhouder in een systeem. Je vraagt niet om toestemming; je vraagt om kader.
Je kunt weerstand verwachten. Governance wordt in dominante contexten vaak belachelijk gemaakt. “Bureaucratie.” “Remmend.” “Niet ondernemend.” Maar kijk eens goed: wat er werkelijk wordt verdedigd is vrijheid zonder verantwoording. En juist daar heeft het systeem last van.
Het helpt om governance te koppelen aan iets wat iedereen wíl: snelheid, kwaliteit, voorspelbaarheid. Niet omdat je je moet verantwoorden, maar omdat je het gesprek op de plek wilt houden waar het niet gemanipuleerd kan worden.
Maak het klein. Eén format voor besluiten. Eén plek waar afspraken worden teruggevonden. Eén ritme waarin besluitvorming en uitvoering niet door elkaar lopen.
En dan: consequent zijn. Niet dramatisch. Niet militant. Gewoon, elke keer weer.
Neem vandaag een kwartier. Kies één terugkerend onderwerp dat steeds verschuift. Schrijf op: welke tafel besluit, welke input hoort erbij, waar komt het te staan. En stel jezelf daarna een eenvoudige vraag die veel zegt: waar heb jij te lang geprobeerd om gelijk te krijgen, terwijl je eigenlijk mandaat moest herstellen?
Neem mee wat klopt, laat liggen wat niet past bij jouw context.
Als dit resoneert: bespreek het niet alleen, maar in meervoud.
Welke ene stap brengt jou deze week dichter bij waardigheid en bedding?


